Taal onderwijs en ontwikkeling

Kwaliteit en werkwijze

Een taaltraining werkt beter wanneer de inhoud aansluit op het niveau, de functie en de dagelijkse werkzaamheden van de medewerker. Daarom starten we niet direct met lesgeven. Eerst brengen we in kaart wat een deelnemer al kan, waar taalproblemen ontstaan en welke ontwikkeling nodig is.

Op basis daarvan bepalen we de leerdoelen, de trainingsvorm en de inhoud van het traject. Tijdens de lessen werken medewerkers met taal die zij herkennen uit hun eigen werkomgeving.

Zo ontstaat een taaltraining die praktisch uitvoerbaar is en gericht werkt aan communicatie op de werkvloer.

Taaltraining die aansluit op het werk

Iedere functie vraagt om andere taalvaardigheden. Een productiemedewerker moet bijvoorbeeld mondelinge instructies begrijpen en afwijkingen kunnen melden. Een administratief medewerker gebruikt taal vaker voor e-mails, formulieren en telefonisch contact.

Daarom werken we niet met één standaardprogramma voor iedere deelnemer. De inhoud wordt afgestemd op de functie, het taalniveau en de situaties waarin iemand de taal nodig heeft.

Dat kan gaan om:

  • instructies begrijpen en uitvoeren;
  • vragen stellen wanneer iets niet duidelijk is;
  • deelnemen aan werkoverleg;
  • een korte overdracht geven;
  • klanten of leveranciers te woord staan;
  • e-mails, formulieren of rapportages schrijven;
  • veiligheidsafspraken begrijpen en bespreken.

De training richt zich daarmee niet alleen op algemene taalkennis, maar vooral op taal die tijdens het werk nodig is.

Intake en niveaubepaling

Een taaltraject begint met een intake en niveaubepaling. Daarmee krijgen we inzicht in het startniveau, de leerbehoefte en de werksituatie van iedere deelnemer.

Bij de niveaubepaling kan worden gekeken naar spreken, luisteren, lezen en schrijven. Niet iedere medewerker beheerst deze vaardigheden op hetzelfde niveau. Iemand kan bijvoorbeeld mondeling goed communiceren, maar moeite hebben met schriftelijke instructies.

Tijdens de intake bespreken we onder meer:

  • de functie en dagelijkse werkzaamheden;
  • de situaties waarin de medewerker taal gebruikt;
  • wat al goed gaat en waar problemen ontstaan;
  • de leerdoelen van de medewerker;
  • de doelen van de organisatie;
  • de gewenste lesvorm en praktische planning.

De intake geeft context aan het taalniveau. Meer hierover lees je in de blogs over het bepalen van het taalniveau van medewerkers en de intake voor een taaltraining.

Concrete leerdoelen

Een doel als ‘beter Nederlands spreken’ is vaak te breed. Daarom vertalen we de opleidingsvraag naar concrete situaties waarin de medewerker zelfstandiger moet kunnen communiceren.

Voorbeelden van praktische leerdoelen zijn:

  • een werkinstructie begrijpen en herhalen;
  • zelfstandig een probleem of storing melden;
  • actiever deelnemen aan werkoverleg;
  • een zakelijke e-mail duidelijk opbouwen;
  • een klantvraag begrijpen en beantwoorden;
  • een formulier of rapportage correct invullen.

Deze leerdoelen geven richting aan de lessen en maken het mogelijk om tijdens het traject gericht naar de ontwikkeling te kijken.

Een passende trainingsvorm

Op basis van het niveau, de leerdoelen en de praktische situatie bepalen we welke trainingsvorm passend is.

Bij meerdere deelnemers kan een incompany taaltraining geschikt zijn. De lessen kunnen dan worden afgestemd op de werkzaamheden, roosters en locatie van de organisatie.

Wanneer één medewerker een specifieke leerbehoefte, een afwijkend taalniveau of een lastig rooster heeft, kan een online privé taaltraining beter aansluiten.

Bij een groepstraject kijken we niet alleen naar beschikbaarheid. Ook het taalniveau, de functie, de leerdoelen en de afzonderlijke taalvaardigheden spelen mee bij de groepsindeling.

Meer hierover lees je in de blogs over het indelen van medewerkers voor een groepstaaltraining en de keuze tussen groepstaaltraining en individuele taaltraining.

Lesmateriaal uit de eigen organisatie

Waar mogelijk gebruiken we voorbeelden en documenten uit de werkomgeving van de deelnemers. Dat maakt de lessen herkenbaar en verkleint de stap tussen de training en de praktijk.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • werkinstructies;
  • werkbonnen en formulieren;
  • planningen;
  • veiligheidsafspraken;
  • korte e-mails en berichten;
  • klantvragen;
  • rapportages;
  • situaties uit werkoverleg.

De trainer bekijkt welke woorden, zinnen en vaardigheden in deze materialen terugkomen. Vervolgens worden geschikte voorbeelden verwerkt in de lessen.

In de blog over lesmateriaal met documenten uit de eigen organisatie lees je hoe dit in de praktijk werkt.

Praktische lessen met ruimte om te oefenen

Tijdens de lessen werken deelnemers actief met de taal. Zij oefenen gesprekken, luisteren naar uitleg, lezen herkenbare teksten en schrijven berichten die passen bij hun werkzaamheden.

De trainer geeft uitleg en feedback, maar de deelnemer krijgt vooral ruimte om zelf taal te gebruiken. Fouten horen daarbij. Ze laten zien welke onderdelen extra aandacht nodig hebben.

De werkvormen worden afgestemd op het niveau. Een beginnende deelnemer kan oefenen met korte instructies en vaste zinnen. Een gevorderde deelnemer kan werken aan complexere gesprekken, zakelijke teksten of nauwkeuriger formuleren.

Voortgang volgen en bijsturen

De ontwikkeling van een deelnemer blijkt niet alleen uit een toets. Ook tijdens gesprekken, schrijfopdrachten en praktische oefeningen wordt zichtbaar wat iemand zelfstandiger kan uitvoeren.

We volgen de voortgang aan de hand van de afgesproken leerdoelen. Daarbij kijken we bijvoorbeeld of een medewerker duidelijker vragen stelt, een instructie beter begrijpt of een tekst zelfstandiger kan schrijven.

Wanneer een onderdeel meer aandacht nodig heeft, kan de trainer de inhoud bijstellen. Ook kunnen leerdoelen veranderen wanneer een medewerker nieuwe werkzaamheden of een andere functie krijgt.

Zo blijft het traject aansluiten op de situatie van de deelnemer.

Afstemming met de organisatie

Bij een zakelijk taaltraject houden we contact met de afgesproken contactpersoon binnen de organisatie. Dat kan iemand van HR, een leidinggevende of een opleidingscoördinator zijn.

Vooraf stemmen we de doelen, planning en praktische voorwaarden af. Tijdens het traject kan worden besproken hoe de training verloopt en of er aandachtspunten zijn die invloed hebben op de lessen.

Daarbij houden we rekening met de privacy van de deelnemer. Persoonlijke informatie en individuele leerpunten worden niet zonder aanleiding gedeeld.

De organisatie kan het traject ondersteunen door relevante praktijksituaties en materialen aan te leveren en medewerkers ruimte te geven om het geleerde tijdens het werk toe te passen.

Wat verstaan we onder kwaliteit?

Kwaliteit betekent voor Taalon dat een taaltraining inhoudelijk klopt, uitvoerbaar is en past bij de deelnemer en de organisatie.

Daarom letten we tijdens een traject op:

  • een passend startniveau;
  • duidelijke en haalbare leerdoelen;
  • lesinhoud die aansluit op de functie;
  • voldoende ruimte voor actieve oefening;
  • regelmatige feedback van de trainer;
  • afstemming wanneer de situatie verandert;
  • een zorgvuldige afronding van het traject.

Een taaltraining is daarmee geen vast programma dat voor iedere deelnemer hetzelfde wordt uitgevoerd. De inhoud wordt binnen de gemaakte afspraken afgestemd op het niveau, het leerproces en de toepassing op de werkvloer.

Afronding en vervolgadvies

Aan het einde van het traject kijken we terug op de afgesproken leerdoelen en de ontwikkeling van de deelnemer.

De deelnemer ontvangt na afronding een certificaat. Wanneer dat passend is, kan daarnaast een praktisch vervolgadvies worden gegeven. Daarin kan bijvoorbeeld staan welke taalvaardigheid verdere oefening nodig heeft of welk vervolgtraject aansluit.

Een taaltraining heeft meer waarde wanneer de medewerker de taal ook na de lessen blijft gebruiken. Daarom helpt het wanneer er op de werkvloer ruimte is om gesprekken, schrijfopdrachten en andere taalsituaties te blijven oefenen.

Taaltraining Nederlands, Engels of Duits

Taalon verzorgt taaltrainingen die aansluiten op verschillende functies, niveaus en werksituaties.

Bekijk de mogelijkheden voor:

Welke taaltraining en lesvorm passen, hangt af van de deelnemers, het startniveau, de leerdoelen en de praktische mogelijkheden binnen de organisatie.

Veelgestelde vragen

Krijgt iedere deelnemer een eigen intake?

Bij voorkeur wordt iedere deelnemer afzonderlijk bekeken. Medewerkers binnen hetzelfde team kunnen verschillen in niveau, taalvaardigheden en leerdoelen.

Hoe wordt het startniveau bepaald?

Dat gebeurt met een intake en niveaubepaling. Afhankelijk van het traject kan worden gekeken naar spreken, luisteren, lezen en schrijven. De functie en werksituatie worden daarbij ook meegenomen.

Kan de inhoud tijdens het traject worden aangepast?

Ja. Wanneer de voortgang, werkzaamheden of leerbehoefte veranderen, kan de trainer de inhoud binnen de gemaakte afspraken bijstellen.

Kunnen eigen documenten worden gebruikt?

Ja, wanneer de documenten geschikt zijn en binnen de organisatie gedeeld mogen worden. De trainer bekijkt hoe deze op een passende manier in de lessen kunnen worden verwerkt.

Kan een taaltraining rekening houden met ploegendiensten?

De praktische mogelijkheden worden vooraf besproken. De planning wordt in overleg afgestemd op de deelnemers, roosters, locaties en gekozen lesvorm.

Een taaltraject dat past bij de praktijk

Een goede taaltraining begint met inzicht in het niveau, de functie en de dagelijkse communicatie van de medewerker.

Door duidelijke leerdoelen vast te stellen, praktijkgericht te oefenen en de voortgang te volgen, ontstaat een traject dat gericht werkt aan bruikbare taalvaardigheid.

Wil je bespreken welke aanpak past bij jouw organisatie? Neem dan contact op met Taalon voor advies over de deelnemers, leerdoelen en mogelijke trainingsvormen.