Taal onderwijs en ontwikkeling
Het taalniveau van een medewerker bepaal je met een intake en een niveaubepaling. Daarbij kijk je niet alleen naar algemene taalkennis, maar ook naar spreken, luisteren, lezen en schrijven in situaties die bij de functie horen.
Een losse indruk op de werkvloer is daarvoor niet voldoende. Iemand kan tijdens een kort gesprek vlot overkomen, maar toch moeite hebben met werkinstructies, e-mails of onverwachte vragen. Een zorgvuldige niveaubepaling laat zien wat iemand al kan en welke taalvaardigheid nog aandacht nodig heeft.
Een taaltraining werkt beter wanneer het startniveau vooraf duidelijk is. Zonder niveaubepaling bestaat het risico dat een training te makkelijk of juist te moeilijk is.
Een medewerker die weinig nieuws leert, kan de motivatie verliezen. Een deelnemer die het tempo niet kan volgen, heeft mogelijk extra uitleg nodig en komt minder goed aan oefenen toe.
De niveaubepaling helpt daarom bij het vaststellen van:
Op basis daarvan kan een taaltraining worden afgestemd op de deelnemer en de dagelijkse werksituatie.
Een goede niveaubepaling bestaat meestal uit meerdere onderdelen. Welke onderdelen nodig zijn, hangt af van de taal, de functie en het doel van de training.
Tijdens de intake wordt besproken wanneer de medewerker taal gebruikt en waar problemen ontstaan. Het kan bijvoorbeeld gaan om gesprekken met collega’s, het begrijpen van instructies, klantcontact of het schrijven van korte berichten.
Ook wordt gekeken naar eerdere opleidingen, ervaring met de taal en verwachtingen van het traject. De intake geeft daarmee context aan de uitkomst van de niveaubepaling.
Tijdens een gesprek wordt duidelijk hoe zelfstandig iemand kan communiceren. Er wordt onder meer gekeken naar woordenschat, verstaanbaarheid, zinsopbouw en het vermogen om vragen te begrijpen en te beantwoorden.
De inhoud van het gesprek kan worden gekoppeld aan herkenbare situaties uit het werk. Denk aan een taak uitleggen, een probleem melden of een afspraak bespreken.
Niet iedere medewerker heeft dezelfde taalvaardigheden nodig. Toch kan het belangrijk zijn om naast spreken ook lezen, luisteren en schrijven te beoordelen.
Een medewerker kan bijvoorbeeld goed spreken, maar moeite hebben met schriftelijke instructies. Een ander begrijpt veel, maar vindt het lastig om zelf een e-mail of overdracht te schrijven.
Daarom wordt per traject bekeken welke vaardigheden beoordeeld moeten worden. Dat kan met algemene opdrachten of met voorbeelden die passen bij de functie.
Taalniveaus worden vaak aangeduid met A1, A2, B1, B2, C1 en C2. Deze indeling komt uit het Europees Referentiekader voor Talen.
De niveaus geven aan hoe zelfstandig iemand een taal kan gebruiken. A1 is een beginniveau. Op A2 kan iemand eenvoudige communicatie in bekende situaties aan. Vanaf B1 wordt iemand zelfstandiger in gesprekken en teksten. B2, C1 en C2 passen bij steeds complexer en nauwkeuriger taalgebruik.
In de blog over het verschil tussen A2 en B1 Nederlands lees je hoe deze twee veelvoorkomende niveaus zichtbaar worden op de werkvloer.
De uitkomst van een toets wordt soms gezien als een vast oordeel. In de praktijk is het taalprofiel van een medewerker vaak minder gelijkmatig.
Iemand kan bijvoorbeeld mondeling op B1-niveau communiceren, maar bij schrijven nog op A2-niveau zitten. Ook kan een medewerker veel begrijpen, terwijl spreken nog onzeker verloopt.
Daarom is alleen de aanduiding A2 of B1 niet altijd voldoende. Het is ook belangrijk om te kijken naar de afzonderlijke vaardigheden en de situaties waarin taal nodig is.
Het gewenste niveau hangt af van de functie. Niet iedere medewerker hoeft hetzelfde eindniveau te bereiken.
Voor een medewerker die vooral korte en vaste instructies krijgt, kan eenvoudige communicatie voldoende zijn. Een functie met klantcontact, werkoverleggen, rapportages of uitgebreide veiligheidsinstructies vraagt vaak meer taalvaardigheid.
Bij het bepalen van het gewenste niveau kijk je daarom naar concrete werkzaamheden, zoals:
Zo wordt niet alleen duidelijk welk niveau iemand nu heeft, maar ook welke ontwikkeling nodig is om het werk goed uit te voeren.
Leidinggevenden en collega’s hebben vaak een indruk van het taalniveau van een medewerker. Die indruk levert nuttige informatie op, maar geeft niet altijd een volledig beeld.
In vertrouwde situaties kan iemand vaste woorden en zinnen gebruiken. Daardoor lijkt de communicatie soms gemakkelijker dan zij in een nieuwe of onverwachte situatie is.
Ook worden problemen regelmatig opgevangen door collega’s. Zij herhalen een instructie, vullen een formulier in of nemen een gesprek over. Hierdoor blijft een taalprobleem soms langere tijd onzichtbaar.
Een niveaubepaling maakt het mogelijk om verschillende vaardigheden afzonderlijk te bekijken en deze te koppelen aan de eisen van de functie.
Bij een groepstraject is het belangrijk dat deelnemers voldoende bij elkaar passen. Grote niveauverschillen maken het lastig om een tempo en inhoud te kiezen die voor iedereen bruikbaar zijn.
Daarom krijgt iedere deelnemer bij voorkeur een eigen intake en niveaubepaling. Daarna kan worden bekeken welke medewerkers samen een passende groep vormen.
Behalve het algemene taalniveau kunnen ook de functie, leerdoelen en werktijden een rol spelen bij de groepsindeling. Medewerkers met vergelijkbare werkzaamheden kunnen vaak oefenen met dezelfde praktijksituaties.
Een incompany taaltraining voor bedrijven kan vervolgens worden afgestemd op het startniveau en de werksituatie van de deelnemers.
De niveaubepaling is geen eindpunt. De uitkomst wordt gebruikt om haalbare en concrete leerdoelen te formuleren.
Een algemeen doel zoals ‘beter Nederlands spreken’ geeft weinig richting. Een leerdoel wordt bruikbaarder wanneer het gekoppeld is aan een herkenbare taak.
Voorbeelden van concrete leerdoelen zijn:
Door de leerdoelen aan de functie te koppelen, wordt duidelijk welke vooruitgang tijdens het traject nodig is.
Het taalniveau kan tijdens een traject veranderen. Daarom is het verstandig om de voortgang tussentijds te volgen en aan het einde opnieuw te bekijken wat de deelnemer kan.
Dat hoeft niet altijd met precies dezelfde opdracht. Praktische oefeningen, gesprekken en opdrachten uit het werk kunnen ook laten zien of een medewerker zelfstandiger communiceert.
Een nieuwe niveaubepaling kan daarnaast passend zijn wanneer iemand een andere functie krijgt. Een nieuwe rol kan andere eisen stellen aan spreken, lezen of schrijven.
Bij Taalon begint een taaltraject met een intake en niveaubepaling. Daarna wordt gekeken naar de functie, het startniveau en de situaties waarin de medewerker taal nodig heeft.
Deze informatie wordt gebruikt voor de leerdoelen, de lesinhoud en een passende groepsindeling. Waar mogelijk oefenen deelnemers met herkenbare documenten en communicatiesituaties uit hun eigen werk.
Dat sluit aan bij de manier waarop een zakelijke taaltraining voor medewerkers wordt opgebouwd: vanuit het niveau en de taal die iemand in de praktijk nodig heeft.
Een werkgever kan signaleren waar een medewerker moeite mee heeft. Voor een volledige niveaubepaling is het verstandig om meerdere taalvaardigheden te beoordelen en de uitkomst te laten interpreteren door een taalprofessional.
Een online toets kan een eerste indicatie geven. Zo’n toets laat niet altijd zien hoe iemand mondeling communiceert of taal gebruikt tijdens het werk. Een intake en aanvullende beoordeling geven daarom meer context.
Nee. Het gewenste niveau hangt af van de functie en de werkzaamheden. Voor klantcontact of schrijfwerk kan een ander niveau nodig zijn dan voor het begrijpen van korte, vaste instructies.
Ja. Een medewerker kan bijvoorbeeld beter luisteren dan schrijven of vlot spreken maar moeite hebben met lezen. Daarom is het nuttig om de vaardigheden afzonderlijk te bekijken.
Het taalniveau van een medewerker bepaal je met een combinatie van intake, niveaubepaling en informatie over de functie. Daarbij kijk je niet alleen naar een algemeen niveau, maar ook naar spreken, luisteren, lezen en schrijven.
Door het startniveau te koppelen aan concrete werksituaties ontstaan duidelijke leerdoelen en een passende trainingsopzet. Dat voorkomt dat een traject te makkelijk, te moeilijk of onvoldoende gericht is.
Op de pagina over taaltrainingen Nederlands vind je de verschillende niveautrajecten. Voor advies over een passende niveaubepaling en trainingsvorm kan Taalon samen met de organisatie naar de deelnemers, functies en leerdoelen kijken.