Taal onderwijs en ontwikkeling

Nederlands voor schoonmaakmedewerkers

Incompany

Schoonmaakmedewerkers werken vaak op verschillende locaties en hebben te maken met instructies, werkafspraken en contact met anderen. In deze training oefenen anderstalige medewerkers met het Nederlands dat zij in die situaties nodig hebben.

De lessen sluiten aan op hun taalniveau en dagelijkse werkzaamheden. Zo oefenen deelnemers met taal die zij kunnen gebruiken bij de start van een dienst, tijdens het werk en bij het doorgeven van bijzonderheden.

Neem contact op met onze adviseurs

Voor wie

Voor anderstalige schoonmaakmedewerkers die instructies beter willen begrijpen en duidelijker willen communiceren op hun werklocatie.

Deelnemers oefenen met instructies, werkafspraken, vragen stellen en bijzonderheden melden. We gebruiken woorden en situaties van hun eigen werklocaties.

Na de intake bepalen we de leerdoelen en groepsindeling. Deelnemers oefenen met situaties uit hun werk en passen het geleerde toe met praktijkopdrachten.

De duur bepalen we na de intake. Daarbij kijken we naar het beginniveau, de werkzaamheden, de leerdoelen en de onderwerpen die de groep gaat behandelen. In het voorstel leggen we vast hoeveel begeleide lessen en praktijkopdrachten daarbij passen.

We sluiten aan op de woorden, documenten en gesprekken die medewerkers op hun eigen werklocaties tegenkomen. Denk aan een werkrooster, een instructie voor een ruimte of een bericht over een wijziging. Zo oefenen deelnemers met taal die zij direct tijdens hun werk gebruiken.

Wat zijn de verschillende taalniveaus?

Bij Taalon werken we met de internationale taalniveaus van het Europees Referentiekader (ERK): A0, A1, A2, B1, B2, C1 en C2.

A0
Dit niveau geldt voor deelnemers zonder kennis van de taal.

A1
Het startpunt. Deelnemers leren de basis, zoals begroetingen, eenvoudige woordenschat en korte zinnen. Ze kunnen zich in zeer voorspelbare, alledaagse situaties redden.

A2
Voortbouwend op de basis. De woordenschat wordt uitgebreid en er is meer aandacht voor grammatica. Deelnemers kunnen gesprekken voeren over alledaagse onderwerpen, simpele vragen stellen en beantwoorden en korte teksten begrijpen.

B1
Op dit niveau kunnen deelnemers de taal al redelijk zelfstandig gebruiken. Complexere woordenschat en grammatica komen aan bod, samen met begrijpend lezen en schrijven. Deelnemers kunnen zich redden in veel werksituaties en meningen kort toelichten.

B2
Dit niveau staat voor vloeiende communicatie. Deelnemers beheersen de taal goed genoeg om uitgebreide gesprekken te voeren, duidelijk gestructureerde teksten te schrijven en vakinhoudelijke onderwerpen te bespreken. Ook nuance in toon en woordkeuze krijgt meer aandacht.

C1
Deelnemers kunnen de taal flexibel en effectief gebruiken in complexe werksituaties. Ze begrijpen langere, veeleisende teksten, kunnen heldere en goed opgebouwde rapportages en e-mails schrijven en passen hun taalgebruik probleemloos aan gesprekspartner en context aan.

C2
Bijna moedertaalniveau. Deelnemers begrijpen vrijwel alles wat ze horen of lezen en kunnen zich spontaan, zeer vloeiend en nauwkeurig uitdrukken, ook in detail en met subtiele nuance. Dit niveau komt vooral voor bij deelnemers die veel met de taal werken of er al jarenlang intensief mee in aanraking zijn.

Voor ieder traject starten we met een intake en niveaubepaling. Op basis daarvan delen we deelnemers in op het juiste niveau of starten we de lessen in één groep, afgestemd op hun beginsituatie.

Na afloop ontvangen de deelnemers een persoonlijk deelnamecertificaat van de training.

Voor wie is deze training geschikt?

Deze training is bedoeld voor anderstalige schoonmaakmedewerkers die hun Nederlands tijdens het werk willen verbeteren. Bijvoorbeeld om een werkinstructie te begrijpen, vragen te stellen, een wijziging in de planning te bespreken of een bijzonderheid op locatie te melden.

Voor de start brengen we met een intake en, waar passend, een instaptoets hun beginsituatie in kaart. Daarna adviseren we over de groepsindeling en leerdoelen.

Wat leert de deelnemer

De onderwerpen worden gekozen op basis van de werkzaamheden en leerdoelen van de deelnemers. Zij kunnen bijvoorbeeld oefenen met:

  • werkinstructies en werkafspraken begrijpen;
  • vragen stellen als een opdracht niet duidelijk is;
  • namen van ruimtes, materialen en werkzaamheden gebruiken;
  • een wijziging in de planning of taakverdeling bespreken;
  • communiceren met collega’s, leidinggevenden en mensen op locatie;
  • bijzonderheden, schade of ontbrekende materialen melden;
  • korte berichten, roosters en formulieren lezen of invullen.

We gebruiken waar mogelijk voorbeelden uit de eigen organisatie, zoals werkroosters, instructies en berichten. De precieze inhoud stemmen we af op de taken en werklocaties van de groep.

Zo werkt het traject: intake, planning en start

We starten met een intake om het taalniveau, de werkzaamheden en de belangrijkste communicatiesituaties te bepalen. Op basis daarvan adviseren we over de groepsindeling, leerdoelen en duur van het traject.

Tijdens de lessen oefenen deelnemers met herkenbare gesprekken en teksten. Met praktijkopdrachten passen zij het geleerde tussen de lessen toe op hun werk. We bespreken de voortgang en passen de accenten waar nodig aan.

Duur van het traject en lesmomenten

De duur bepalen we na de intake. Daarbij kijken we naar het beginniveau, de werkzaamheden, de leerdoelen en de onderwerpen die de groep gaat behandelen. In het voorstel leggen we vast hoeveel begeleide lessen en praktijkopdrachten daarbij passen.

Maatwerk voor jullie werkvloer en doelen

We sluiten aan op de woorden, documenten en gesprekken die medewerkers op hun eigen werklocaties tegenkomen. Denk aan een werkrooster, een instructie voor een ruimte of een bericht over een wijziging. Zo oefenen deelnemers met taal die zij direct tijdens hun werk gebruiken.

Welke taalniveaus zijn er? (A0 t/m C2)

Wat zijn de verschillende taalniveaus?

Bij Taalon werken we met de internationale taalniveaus van het Europees Referentiekader (ERK): A0, A1, A2, B1, B2, C1 en C2.

A0
Dit niveau geldt voor deelnemers zonder kennis van de taal.

A1
Het startpunt. Deelnemers leren de basis, zoals begroetingen, eenvoudige woordenschat en korte zinnen. Ze kunnen zich in zeer voorspelbare, alledaagse situaties redden.

A2
Voortbouwend op de basis. De woordenschat wordt uitgebreid en er is meer aandacht voor grammatica. Deelnemers kunnen gesprekken voeren over alledaagse onderwerpen, simpele vragen stellen en beantwoorden en korte teksten begrijpen.

B1
Op dit niveau kunnen deelnemers de taal al redelijk zelfstandig gebruiken. Complexere woordenschat en grammatica komen aan bod, samen met begrijpend lezen en schrijven. Deelnemers kunnen zich redden in veel werksituaties en meningen kort toelichten.

B2
Dit niveau staat voor vloeiende communicatie. Deelnemers beheersen de taal goed genoeg om uitgebreide gesprekken te voeren, duidelijk gestructureerde teksten te schrijven en vakinhoudelijke onderwerpen te bespreken. Ook nuance in toon en woordkeuze krijgt meer aandacht.

C1
Deelnemers kunnen de taal flexibel en effectief gebruiken in complexe werksituaties. Ze begrijpen langere, veeleisende teksten, kunnen heldere en goed opgebouwde rapportages en e-mails schrijven en passen hun taalgebruik probleemloos aan gesprekspartner en context aan.

C2
Bijna moedertaalniveau. Deelnemers begrijpen vrijwel alles wat ze horen of lezen en kunnen zich spontaan, zeer vloeiend en nauwkeurig uitdrukken, ook in detail en met subtiele nuance. Dit niveau komt vooral voor bij deelnemers die veel met de taal werken of er al jarenlang intensief mee in aanraking zijn.

Voor ieder traject starten we met een intake en niveaubepaling. Op basis daarvan delen we deelnemers in op het juiste niveau of starten we de lessen in één groep, afgestemd op hun beginsituatie.

Deelnamecertificaat na afloop

Na afloop ontvangen de deelnemers een persoonlijk deelnamecertificaat van de training.

Meer taaltrainingen